De strenge winter van 1929.
|
|
Het moet een bladstille nacht zijn geweest toen de vorst inviel. Het ijs was overal mooi glad: het Alkmaardermeer was een grote spiegel. Wij maakten vaak de rit van Heiloo naar Akersloot, overal was het ijs betrouwbaar. Toch vroor het niet zo hard, die Januari, men sprak later van echt kwakkelen. Maar dan werd het 10 Februari, het was zondag. Wij weer naar het Almaardermeer en op de terugweg hadden we een stugge Noordoosten wind tegen, het was een bewolkte lucht. Een wat oudere man, die bij ons was zei: ’Ik denk toch dat het ander weer wordt’. Hij dacht aan dooi, maar het pakte anders uit. De daarop volgende nacht vroor het streng; de bewolking zal wel opgetrokken zijn en de wind gaan liggen. Een aardige bijzonderheid is, dat het Carnaval was. Al werd dat woord nooit gebruikt, men sprak van Vastenavond. Mijn broer wist te vertellen dat in Alkmaar, na het feesten, een jong stel de bus had gemist en de hele nacht in de stad had rondgelopen, alsmaar lopen om nog een beetje warm te blijven. Maar het vriezen bleef niet bij die nacht, het ging door tot half maart, met zo nu en dan een uitschieter van een hele koude nacht. Voor ons kinderen was het wel mooi veel schaatsen uiteraard en altijd veilig. Er werd gezegd, dat er geen water meer in de meeste sloten was, alleen ijs. Als u me nu vraagt hoe laag de temperatuur is geweest, dan moet ik zeggen, dat ik het niet meer weet. Waar ik nu aan denk is, dat er maar weinig sneeuw gevallen moet zijn; in ieder geval geen dik pak. Ik heb later wel gehoord, dat er nogal schade was, o.a. aan bloembollen. Nee, voor de ouderen was het geen pretje. Dat heb ik later zelf ondervonden, met strenge winters in de oorlog: afschuwelijk. Ik herinner me nog een kleine bijzonderheid. Mijn rit naar Akersloot begon altijd op de singels van het landgoed Nijenburg. Vandaar via een smal slootje naar de grote Tocht. In dat slootje zag ik tussen ijs en de graskant modder. Ik stak de punt van mijn schaats er in en het was inderdaad gewoon prut. Het was dan ook al in Maart en de natuur liet zich niet langer kooien. Na die winter kwamen er enkele winters waarin nauwelijks geschaatst kon worden. Hadden we al het ijs versnoept?
Jan Bakker.
Terug naar de startpagina.
|
|
|
|
 |
|