Vroeger, ik moet zo’n jaar of acht geweest zijn, (ik ben van 1942) was mijn speelgebied de Holleweg, Schuine- en Rechtehondsbosschelaan en een stukje Herenweg. Zo wilde het gebeuren, dat ik terecht kwam bij de oude fietsenstalling van het station. Interessant voor een acht-jarige. Je kreeg een nummertje aan het stuur of bagagedrager en dan kreeg je met een tegennummertje de fiets weer terug van de heer Droog, die daar de scepter zwaaide. Het leukste was om in zijn kleine kantoor te mogen tekenen en knutselen. Meneer Droog had een potkacheltje, dat gezellig snorde en het was er heel erg knus. En bovendien was hij een echte kindervriend: aardig en geduldig. Toen ik aan mijn ouders vertelde, dat ik daar zo heerlijk had gespeeld, keken mijn ouders wel wat argwanend.
Na een jaar sloeg het noodlot toe in ons gezin. Mijn moeder overleed aan een hartaanval en mijn leven veranderde drastisch. Na de begrafenis werd ik meegenomen door familie en sindsdien ben ik nooit meer naar mijn oude school geweest en Heiloo, toen nog een dorp, was voor mij verleden tijd. Meneer Droog heb ik ook niet meer gezien.
Mijn vader moest de draad weer oppakken. Nu was het geval, dat hij soms met de trein moest reizen voor zijn werk. Dan gaf hij zijn fiets af aan Droog en kwam hem na zijn werk weer ophalen. En hij kreeg kontakt met de goede man. Mijn vader vertelde, dat hij weduwnaar was geworden. Dat zijn beide zoons waren gaan varen, en zijn jongste dochter (ik dus) bij familie was ondergebracht. Mijn vader zat dus in hetzelfde knusse kantoortje op dezelfde stoel, waar zijn kind vroeger ook had gezeten. En Droog wist van niets.
Voor de tweede keer sloeg het noodlot toe in mijn jonge leven. Na veel omzwervingen bij familie en kostscholen, kreeg ik te horen, dat ik tbc onder de leden had. Een gat zo groot als een kleine aardappel en mijn bronchien waren aangetast, zo luidde de diagnose. Men zegt wel eens, toeval bestaat niet, maar weer kwam Droog op de proppen. Mijn vader vertelde ook zijn verdrietjes en zorgen, aan diezelfde Droog . En toen deze van mijn ziekzijn hoorde, schreef hij regelmatig brieven, minstens 1x per week, naar het sanatorium Berg en Bosch in Bilthoven.
Nadat ik uitgekuurd was keerde ik terug naar Heiloo. En ik moet zeggen: er was veel veranderd. Mijn oude school was een nieuwe geworden, en niemand kende mij meer. Af en toe werd ik blij verrast, als ik bij toeval met iemand in kontakt kwam, die dan een klasgenoot bleek te zijn geweest. Zo kwam ik laatst op Ria Sprenkeling en Lineke Boersen uit. Wonderlijk he? Ik zou heel graag willen weten of er nog meer mensen zijn uit mijn klas, die zich mij nog herinneren.
En meneer Droog... die zit vast heel hoog en droog vanaf zijn wolk te kijken, hoe wij hier alles veranderen in Heiloo. De plek waar eens zijn fietsenstalling stond, is voor goed verdwenen. Die heeft plaats gemaakt voor een appartementencomplex (in aanbouw).
Carla Nijman.
Terug naar de startpagina.