|
|
|
Ter bescherming van de Vesting Amsterdam diende de Hollandse Waterlinie. Dat hield in dat grote gebieden onder water gezet konden worden als dat nodig was. Inwoners van deze gebieden werden dan geevacueerd. Dit lot trof ook de inwoners van het dorp Loosdrecht, die huis en haard moesten verlaten. Heiloo werd aangewezen om deze mensen onder te brengen. Nog zie ik ze komen, mannen, vrouwen. Kinderen, zieken en bejaarden. Sommigen in bussen, maar de meesten in open vrachtwagens. Er was geen paniek of chaos. Op de een of andere manier wist iedereen wat zijn taak was bij het begeleiden van de evacuees naar een onderkomen. Velen belandden bij boeren in de Boekelermeer, anderen vonden onderdak bij particulieren. Mijn broer en ik kregen de opdracht twee vrouwen weg te brengen naar het Blockhovepark. Lopend, dat was een hele tippel. We namen onze fietsen mee om de koffers te kunnen vervoeren op de bagagedrager. Vader had ons geinstrueerd: als er geschoten wordt of gebombardeerd, ga dan in een greppel liggen. Ik zag dat niet zo zitten met die vrouwen. Beiden waren hoogzwanger. Gelukkig ging alles goed. We moesten de dames brengen naar de familie Mossel, een Joods gezin. De heer Mossel was mijn leraar Algebra op de H.B.S. Hij opende de deur en keek bedenkelijk. ‘We hebben er al acht’ zei hij. Maar achter hem stond zijn vrouw, een ‘richtige jiddische mamme’, met aan haar rokken een klein lopertje, of zoals dat in Heiloo heet: een kontkrummel. ‘Deze kunnen er nog wel bij’, waren haar woorden. Ik was 14 jaar, nu ben ik 81 en ik heb er nog vaak aan teruggedacht, vooral toen bekend werd dat het echtpaar Mossel de concentratiekampen niet had overleefd. Voor hun drie kinderen hadden ze goede schuiladressen gevonden. Zij ontkwamen en wonen nu in Israel.
Mw. J. Beudeker-Geertsma. Terug naar de startpagina.
|
|
|
|
 |
|