|
|
|
Toen het laatste stuk van Ypestein werd gebouwd, toen was dat huisje al helemaal ingehekt. Daaromheen waren ze al aan het heien, zagen en doen. Toen heb ik een foto naar de Uitkijkpostgestuurd met de opmerking: ‘is dit nou die vooruitgang?’. Een beetje pissig en zo en dat hebben ze heel netjes geplaatst. Bertus de Koning heeft toen een appartementje aangeboden gekregen, want dat huisje moest plat. Het was een heel oud piepklein huisje. Het was zo’n heel mooi boerenweggetje, het is nou niks meer: een stukje fietspad is het nog en dan kom je in die nieuwe wijk. Maar die Oosterzijbuurt, wat daar zo bijzonder aan was? Dat aan de Kennemerstraatweg een groep jongens van mijn leeftijd en iets ouder een soort crossclub vormden. Dan spreek ik over de jaren zeventig. We hadden allemaal brommers uit die tijd: Kreidlers en Zundapps en Puchs. Aan de Warmoezierslaan was een braakliggend terrein; daar staan ook alweer jaren twee rijtjes woningen. Het was een bollenlandje waar ooit een ziekte was uitgebroken. Op dat bollenlandje kon niets meer geteeld worden, dat is jarenlang onbebouwd gebleven en daar gingen wij crossen. Ernaast woonde een man die chinchilla’s fokte voor hun vacht, ja dat kon toen nog. Maar die beesten kunnen niet tegen herrie. Dat is een enorme strijd geweest tussen wij met de brommers en hij met de chinchilla’s. Daar vlakbij staat ook nog een mooie stolpboerderij; een heel maf hoekje is het daar. Daar is ook een garage in een kasteel gebouwd, dat is Manshande, dat is nou typisch een Heiloër. Die hield ook parties of zo. Wij crossten daar en er was altijd herrie met die chinchillafokker. Dat was ook een echte Heiloër van een of andere bollenfamilie. En dan ‘s-nachts ging hij glas strooien en dan hadden we weer een lekke band. Op een gegeven moment had hij hele ingenieuze stalen pennen gebogen met een puntje geslepen die bleven staan en die zag je niet onder het zand. Dat heeft jaren geduurd tot al die jongens 16 en 17 werden en op de weg gingen rijden, toen was het over. Dat buurtje daar, daar is helemaal niets meer van bewaard. En aan die Oosterzijweg is ook nog een garage geweest, die verhuurd is door de Gemeente als oefenruimte voor bandjes en die is nu ook weg. Dat klupje was wel leuk, leuke puberteitsjaren en het was heel gezond. Zomer en winter, je was altijd buiten met die brommers in de weer. Er waren wel jongens met talent voor sleutelen. Mijn broer was een van de betere sleutelaars; die deed altijd hele lastige klussen en een andere jongen is monteur bij de KLM geworden Klaas Borst was dat. Motorcrossers zijn er niet uit voort gekomen.
Wout Folmer.
Terug naar de startpagina.
|
|
|
|
 |
|